DE BASISREGELS VOOR EEN PERFECTE RISOTTO
/ Categorieën: Keukengeheimen

DE BASISREGELS VOOR EEN PERFECTE RISOTTO

Een écht goede risotto maken, is moeilijker dan je denkt. Eenvoud is hét toverwoord in de Italiaanse keuken en dat geldt ook voor het bereiden van risotto. WMF legt uit. Volg deze basisregels en je hebt gegarandeerd een perfecte risotto.

De perfecte risotto is romig en glijdt als het ware over het bord bij het opscheppen. Verder hoort risotto, net als pasta, ‘al dente’ te gekookt te zijn. Dat betekent dat de rijst nog een kleine bite heeft en niet helemaal zacht is gekookt. De kunst is om de risotto vooral ook niet droog te koken…Blijft de risotto in een stijve homp op je bord staan? Dan heb je iets niet goed gedaan. Daarom geeft WMF de basisregels voor het maken van een perfecte risotto. Deze simpele trucs zijn se sleutel voor succes.

De juiste rijst

Het begint bij het uitkiezen van de rijst. Risottorijst heeft een ronde korrel en bevat precies de goede hoeveelheid zetmeel om een romige risotto te creëren. Er zijn heel veel verschillende soorten risottorijst, waarvan Arborio de meest bekende is en bijna overal verkrijgbaar. Carnaroli is ook een hele lekkere variant, maar daarvoor moet je wel even naar de Italiaanse delicatessenzaak. 

Lekkere bouillon

Risotto is een simpel gerecht met weinig ingrediënten, daarom is het belangrijk dat je met mooie ingrediënten werkt. Je kunt bouillon natuurlijk zelf maken in het weekend en invriezen in meerdere porties, maar bij de slager hebben ze vaak ook hele lekkere bouillon te koop. Probeer het eens, je proeft namelijk echt het verschil met de standaard blokjes van de supermarkt. Warm de bouillon vervolgens op in een koude pan op laag vuur, want als je koude bouillon in de hete pan gooit, stop je het kookproces en moet alles weer opnieuw opwarmen. 

Bereiden

Risotto wordt romig doordat het zetmeel dat in de rijst zit loskomt bij het koken. Door de rijst eerst een paar minuten te bakken in boter en olie, voordat je de bouillon erbij giet, ontwikkel je die lekkere geroosterde en nootachtige smaak. Hiermee verander je alleen wel de structuur – vooral het zetmeel – van de rijst, waardoor het resultaat uiteindelijk minder romig is.

Om dit te voorkomen kun je de rijst eerst heel even te laten weken in een kom met koude bouillon. Roer even goed door en giet vervolgens af en bewaar de afgegoten bouillon. Zo gaat een deel van het zetmeel in de bouillon zitten en krijg je tijdens het koken zowel de geroosterde, nootachtige smaak, én die romigheid. Dus bak de risottorijst na het bouillonbadje een paar minuten in een beetje boter en olie. 

Afblussen met witte wijn

Blus de aangebakken rijst na een paar minuten af met een scheut witte wijn. Laat deze inkoken en giet de bouillon er daarna beetje bij beetje bij. Wacht steeds tot al het vocht is opgenomen, voordat je er weer een nieuwe scheut bouillon bijgooit. Dit vergt geduld, maar zorgt uiteindelijk voor een gelijkmatig gegaarde, romige risotto. Je hebt ongeveer vier keer zoveel bouillon nodig als de rijst.

Geduld is een schone zaak

Het is heel belangrijk dat je risotto zachtjes pruttelen. De risottorijst mag vooral niet te hard garen, maar als je het vuur te laag zet, wordt de rijst nooit gaar. Het beste is om het vuur op de middelste stand te houden. Door te roeren zorg je het zetmeel vrijkomt. Zo krijgt de rijst zijn romige structuur en brand de risotto tevens niet aan. Maar let op: want als je te veel roert, maak je de rijst kapot. Ook brengt roeren lucht in de risotto, waardoor het afkoelt en alles nog zo veel langer duurt. Het devies: roer voldoende, maar niet continu.

Beetgaar

De perfecte risotto is ‘al dente’ gekookt, oftefwel: beetgaar. Begin daarom na ongeveer twaalf minuten pruttelen met proeven. Als de rijst bijna ‘al dente’, draai je het vuur uit, doe je er nog een lepel bouillon bij, samen met een klont boter en lekker veel Parmezaanse kaas en sluit je de pan af met een deksel. Laat de risotto nog een minuut of twee staan. Zo wordt hij nog net iets romiger en soepeler.

Meteen serveren

Serveer de risotto meteen, want als de risotto lang blijft staan, wordt het zetmeel weer harder en verliest de risotto zijn romige structuur en dat wil je niet! 

Extra smaakmakers

Eenvoud is hét toverwoord in de Italiaanse keuken en dat geldt ook voor het bereiden van risotto. Wil je toch graag wat extra ingrediënten toevoegen? Doe dit met mate. Om naast de bouillon wat extra smaak aan de risotto toe te voegen is het lekker om een ui of sjalot toe te voegen. Snijd deze in hele kleine blokjes, ongeveer zo groot als de rijstkorrel, dan wordt de ui echt onderdeel van de risotto. Bak de ui eerst glazig, voordat je de rijst erbij doet. Dit vergt wat geduld, maar zorgt uiteindelijk voor een perfect gegaarde en romige risotto.

Voeg eventuele extra smaakmakers zoals bospaddenstoelen, doperwten, pijnboompitten of groene asperges, pas op het allerlaatste moment toe, als de risotto al helemaal gaar is. Spinazie kun je er rauw doorheen doen, paddenstoelen, asperges of doperwten gaar je eerst in een aparte pan, voordat je ze toevoegt aan de risottorijst.

De juiste pan

Kies voor een lage pan met een groot oppervlakte en een dikke bodem. Zo krijgen alle korrels even veel hitte en garen ze gelijkmatig. De WMF-hapjespan is uitstekend voor het maken van Risotto. Deze pan is gemaakt van hoogwaardig Cromargan® roestvrijstaal en heeft een TransTherm® universele bodem. Dankzij deze bodem wordt de warmte snel en gelijkmatig verdeeld door de hele pan. Samen met de Durit Select Pro anti-aanbaklaag zorgt dit ervoor dat de risotto niet zo snel aanbrandt. Ideaal voor knapperige resultaten waarbij maar weinig vet/olie gebruikt wordt, wel zo gezond! Uiteraard is de anti-aanbaklaag PFOA vrij. En dat is niet alles, de warmte wordt ook voor langere tijd opgeslagen waardoor de warmtebron teruggedraaid kan worden. Op deze manier wordt energiebesparend koken gestimuleerd!

Benieuwd waar je WMF kunt kopen? Klik dan hier.

 

 

Vorige artikel DIT IS DE REDEN WAAROM WE KOFFIE SCHENKEN NA HET ETEN
Volgende artikel TAFELETIQUETTE: HOE HEURT HET EIGENLIJK?
Beoordeel dit artikel:
4.3